Onderzoek: Steeds meer aandacht voor ervaringsdeskundigen bij beleidsvorming van gemeenten

Inhoud

Welke voorzieningen zijn er nodig voor ouderen in de buurt? Hoe worden inwoners met een laag inkomen ondersteund? En waar kunnen jongeren met een verslaving terecht? Over dit soort vragen denken gemeenten dagelijks na. De keuzes en plannen die daaruit voortkomen, worden vastgelegd in beleid. Zo bepalen gemeenten wat ze willen bereiken én hoe ze dat gaan aanpakken.

Om goed beleid te maken, betrekken gemeenten soms de kennis van mensen die zelf ervaring hebben met de onderwerpen waarover beleid wordt gemaakt: ervaringsdeskundigen.

Uit onderzoek van Laudius blijkt dat ervaringsdeskundigen een steeds grotere rol spelen in de lokale politiek, vooral binnen het sociaal domein. Aandacht voor ervaringsdeskundigen is bij sociale onderwerpen ruim verdubbeld. Toch is er nog altijd veel terrein te winnen.

Lees verder

Wat is een ervaringsdeskundige?

Een ervaringsdeskundige is iemand die zelf iets ingrijpends heeft meegemaakt. Iemand die zelf in de schulden heeft gezeten, op straat heeft geslapen of een psychische crisis heeft doorgemaakt, weet uit eigen ervaring hoe het is om in zo’n situatie te zitten. Die ervaring kan waardevolle inzichten opleveren over welke hulp nodig is en wat in de praktijk wel of juist niet werkt.

“Alleen het hebben van zo’n ervaring maakt iemand echter nog geen ervaringsdeskundige. Een ervaringsdeskundige heeft de eigen ervaringen verwerkt en geleerd om de kennis die daaruit voortkomt op een professionele manier te gebruiken. Het gaat dus om meer dan alleen het eigen verhaal vertellen. Er zijn speciale opleidingen waarin ervaringsdeskundigen leren hoe ze hun eigen ervaringen en kennis op een professionele manier kunnen inzetten”, vertelt Danny Grapendaal, docent Ervaringsdeskundige bij Laudius.

Ervaringsdeskundigen kunnen op verschillende manieren worden ingezet. Zo denken ze mee over het beleid van een gemeente, begeleiden ze mensen die in een moeilijke situatie zitten en helpen ze hulpverleners om beter te begrijpen wat deze mensen nodig hebben.
 

Wat hebben we onderzocht?

Voor dit onderzoek analyseerden we alle raadsstukken die Nederlandse gemeenten tussen 2016 en 2025 publiceerden via Open Raadsinformatie. Dit is een platform waarop gemeenten hun raadsinformatie openbaar beschikbaar stellen. We brachten in kaart in welk percentage van deze stukken ervaringsdeskundigen worden genoemd. Dit noemen we de adoptiegraad.

Gemeenten publiceren raadsstukken over allerlei onderwerpen, van rioolbeleid tot jeugdzorg. Niet bij al deze onderwerpen speelt ervaringsdeskundigheid een rol. Daarom richtten we ons in dit onderzoek specifiek op het sociaal domein, waarbij ervaringsdeskundigen ook daadwerkelijk ter sprake komen. We keken bijvoorbeeld naar raadsstukken over jeugdhulp, geestelijke gezondheidszorg (ggz), armoede, verslaving, dakloosheid en toegankelijkheid. In 2025 ging het om 122.939 raadsstukken binnen het sociaal domein.

De volledige lijst met woorden waarmee we de sociale domeinen hebben afgebakend staat onderaan de pagina, zodat indien gewenst de berekeningen gecontroleerd kunnen worden.

Onderaan de pagina lichten we onze onderzoeksmethode nog verder toe.
 

Steeds meer aandacht voor ervaringsdeskundigen in sociaal domein

Nederlandse gemeenten produceren ieder jaar honderdduizenden raadsstukken. Denk aan beleidsstukken, raadsvoorstellen, moties, raadsvragen, verslagen en begrotingen. Voor het onderzoek zijn raadsstukken uit heel Nederland geanalyseerd: 443.410 uit 2016 en 589.235 uit 2025. In deze stukken is steeds meer aandacht voor ervaringsdeskundigen. Zo werd in 2016 in 0,65% een ervaringsdeskundige genoemd. In 2025 was dit percentage, oftewel de adoptiegraad, bijna verdubbeld naar 1,24%.

Vooral binnen het sociaal domein wordt relatief veel aandacht besteed aan ervaringsdeskundigen, en deze aandacht stijgt al jaren. In 2016 gingen 74.216 raadsstukken over een sociaal onderwerp: in 1,70% daarvan werd een ervaringsdeskundige genoemd. Sindsdien is dit percentage gestaag gestegen. In 2025 ging het om 122.939 raadsstukken binnen het sociaal domein, waarvan in 3,45% een ervaringsdeskundige ter sprake kwam. Daarmee is het percentage in tien jaar tijd ruim verdubbeld.
 



“Binnen het sociaal domein wordt steeds vaker gewerkt vanuit het principe ‘niets over ons, zonder ons’. Beleid dat alleen op papier wordt bedacht, sluit namelijk niet altijd aan op de praktijk. Mensen leven nu eenmaal niet volgens protocollen. Dat gemeenten zich hier steeds bewuster van worden, verklaart volgens mij waarom ervaringsdeskundigen vaker ter sprake komen”, zegt Grapendaal, docent bij Laudius.
 

Hoogste adoptiegraad in Asten

Per Nederlandse gemeente verschilt het hoeveel aandacht er in raadsstukken binnen het sociaal domein is voor ervaringsdeskundigen. Van de grootste Nederlandse gemeenten voert Delft de lijst aan: in de Zuid-Hollandse gemeente komt 7,74% van alle raadsstukken binnen het sociaal domein een ervaringsdeskundige ter sprake. Maar de gemeente die er echt bovenuit springt is het Noord-Brabantse Asten: hier is in maar liefst 10,15% van de raadsstukken binnen het sociaal domein aandacht voor ervaringsdeskundigen.

Dit zijn de gemeenten waar ervaringsdeskundigen in 2025 relatief het vaakst benoemd werden in raadsstukken binnen het sociaal domein, uitgesplitst naar gemeentegrootte. De percentages laten zien in welk deel van deze raadsstukken een ervaringsdeskundige werd genoemd (adoptiegraad):
 
Gemeenten met 100.000 inwoners of meer (met minimaal 500 raadsstukken in 2025):
1. Delft (Zuid-Holland): 7,74% 
2. Arnhem (Gelderland): 6,95%
3. Utrecht (Utrecht): 6,48% 
4. Nijmegen (Gelderland): 6,13%
5. Maastricht (Limburg): 5,79%
6. Apeldoorn (Gelderland): 5,67%
7. Leeuwarden (Friesland): 5,20% 
8. Tilburg (Noord-Brabant): 4,88%
9. Haarlemmermeer (Noord-Holland): 4,71%
10. Amsterdam (Noord-Holland): 4,70%

Gemeenten met 50.000 tot 100.000 inwoners (met minimaal 400 raadsstukken in 2025):
1. Schiedam (Zuid-Holland): 9,38%
2. Assen (Drenthe): 5,87%
3. Hilversum (Noord-Holland): 5,48%
4. Lelystad (Flevoland): 5,10%
5. Meierijstad (Noord-Brabant): 5,08%
6. Nieuwegein (Utrecht): 4,75%
7. Gouda (Zuid-Holland): 4,49%
8. Almelo (Overijssel): 4,30%
9. Terneuzen (Zeeland): 4,29% 
10. Roermond (Limburg): 4,29%

Gemeenten met 20.000 tot 50.000 inwoners (met minimaal 250 raadsstukken in 2025):
1. Losser (Overijssel): 7,59%
2. Zutphen (Gelderland): 6,47%
3. Diemen (Noord-Holland): 6,38%
4. Roerdalen (Limburg): 5,67%
5. Borne (Overijssel): 5,63% 
6. Brummen (Gelderland): 5,62%
7. Opsterland (Friesland): 5,43%
8. Wijchen (Gelderland): 5,25% 
9. Brunssum (Limburg): 5,10%
10. Berkelland (Gelderland): 5,08%

Gemeenten tot 20.000 inwoners (met minimaal 250 raadsstukken in 2025):
1. Asten (Noord-Brabant): 10,15%
2. Laren (Noord-Holland): 9,58% 
3. Kapelle (Zeeland): 9,23%
4. Eemnes (Utrecht): 6,54% 
5. Waalre (Noord-Brabant): 6,27% 
6. Midden-Delfland (Zuid-Holland): 5,90%
7. Druten (Gelderland): 4,55%
8. Oudewater (Utrecht): 4,25%
9. Waterland (Noord-Holland): 4,18% 
10. Gulpen-Wittem (Limburg): 4,07%

“Dat de verschillen zo groot zijn, laat zien dat ervaringsdeskundigheid nog lang niet overal vanzelfsprekend is. Waar de ene gemeente ervaringsdeskundigen al structureel bij beleid betrekt, staat het onderwerp bij andere gemeenten nog maar net op de agenda. Gemeenten als Asten, Schiedam en Delft laten zien dat het kan”, vertelt Grapendaal.
 



Van ggz tot autisme: ervaringsdeskundigheid krijgt steeds breder aandacht

Niet alleen tussen gemeenten, maar ook tussen thema’s binnen het sociaal domein zijn er verschillen in hoe vaak ervaringsdeskundigen in raadsstukken ter sprake komen. Door de jaren heen zijn hierin verschuivingen te zien: bij sommige thema’s groeit de aandacht voor ervaringsdeskundigen sneller dan bij andere.

“Ervaringsdeskundigheid is in de ggz ontstaan, maar daar is het niet gebleven. De aandacht voor ervaringsdeskundigen groeit nu het hardst bij onderwerpen waar het tien jaar geleden nauwelijks speelde”, zegt Danny Grapendaal, docent Ervaringsdeskundige bij Laudius.

Dat ervaringsdeskundigheid haar oorsprong vindt in de geestelijke gezondheidszorg (ggz), was in 2016 duidelijk terug te zien in de cijfers. In 1,72% van alle raadsstukken over de ggz werd een ervaringsdeskundige genoemd. Daarmee stond dit onderwerp bovenaan. Binnen de ggz werd toen bijna drie keer zo vaak over ervaringsdeskundigen gesproken als bij onderwerpen als laaggeletterdheid, toegankelijkheid en detentie.

Sindsdien is er veel veranderd. De aandacht voor ervaringsdeskundigen binnen de ggz groeide relatief langzaam, terwijl onderwerpen die in 2016 nog achterbleven een flinke inhaalslag maakten. Daardoor waren de verschillen in 2025 bijna verdwenen.

Inmiddels staat zelfs een ander onderwerp bovenaan: autisme en neurodiversiteit. In bijna 4% van alle raadsstukken over dit thema wordt een ervaringsdeskundige genoemd.

Dit waren de thema’s met de hoogste adoptiegraad in 2025:

1. Autisme en neurodiversiteit: 3,95%
2. Psychische kwetsbaarheid (ggz): 3,32%
3. Dak- en thuisloosheid: 3,06%

Zo ontwikkelde de aandacht voor ervaringsdeskundigen zich per onderwerp tussen 2016 en 2025:
 



Danny Grapendaal: Tien jaar geleden werd er in gemeenteraden nog weinig gesproken over autisme en neurodiversiteit, zeker in vergelijking met onderwerpen als jeugdzorg en ggz. De laatste jaren is daar veel verandering in gekomen, onder andere door Neurodiversity Pride Day, een dag die in 2018 in het leven werd geroepen. Het onderwerp is dus relatief nieuw, en ervaringsdeskundigen zijn er al vanaf het begin bij betrokken. Dat zie je terug in de cijfers.” 
 

Waar gaat het over als een ervaringsdeskundige ter sprake komt?

Eerder keken we hoe vaak ervaringsdeskundigen worden genoemd binnen alle gemeentelijke stukken over een bepaald sociaal onderwerp. Nu draaien we het om: als een ervaringsdeskundige wordt genoemd in raadsstukken, over welk onderwerp gaat het dan?

Er waren in 2025 in totaal 4.246 raadsstukken binnen het sociaal domein waarin ervaringsdeskundigen worden genoemd. In welk aandeel van deze raadsstukken komen de volgende thema’s terug?

1. Jeugd en jeugdzorg: 35,3%
2. Psychische kwetsbaarheid (ggz): 25,7%
3. Toegankelijkheid van voorzieningen en omgeving: 21%
4. Armoede en schulden: 20,8% 
5. Mensen met een beperking: 11,8%
6. Geweld, mishandeling en uitbuiting: 10,1%
7. Dak- en thuisloosheid: 10,1%
8. Verslaving: 6,5%
9. Laaggeletterdheid: 4,1%
10. Autisme en neurodiversiteit: 2,6%
11. Detentie en re-integratie: 2,2%

“Wil je je laten opleiden tot ervaringsdeskundige? Dan is het interessant om te weten op welke gebieden de vraag groeit. In de jeugdhulp en de ggz is de inzet van ervaringsdeskundigen inmiddels heel gebruikelijk. Maar ook op andere terreinen groeit de aandacht voor ervaringsdeskundigheid, vooral bij toegankelijkheid, laaggeletterdheid en autisme”, zegt Danny Grapendaal, docent bij Laudius.

Sommige stukken gaan over meerdere onderwerpen. Daarom tellen de percentages samen op tot meer dan 100%.
 

Raadsleden brengen ervaringsdeskundigen vaker ter sprake

Als we alleen kijken naar stukken die raadsleden zelf indienen, zoals moties, initiatiefvoorstellen en raadsvragen, zien we dat ervaringsdeskundigen steeds vaker ter sprake komen. Stukken zoals nota’s, agenda’s, ingekomen stukken en memo’s van het college tellen hierbij niet mee. In 2016 werden ervaringsdeskundigen in 31 door raadsleden ingediende stukken genoemd, tegenover 102 in 2025. Dat is ruim drie keer zoveel. Ook als we rekening houden met het feit dat raadsleden tegenwoordig meer stukken indienen, is er sprake van een verdubbeling van het aandeel stukken waarin ervaringsdeskundigen worden genoemd.

De grootste stijging zien we bij moties: van 20 in 2016 naar 74 in 2025. Dat is opvallend, omdat een motie verder gaat dan alleen een vermelding in een beleidsstuk. De gemeenteraad stemt er namelijk over en kan het college daarmee oproepen om actie te ondernemen.

Ook het aantal gemeenten waarin raadsleden ervaringsdeskundigen ter sprake brengen, is flink gegroeid. In 2016 gebeurde dat in 23 gemeenten, tegenover 55 in 2025. Over de hele onderzoeksperiode werden ervaringsdeskundigen in totaal in 626 door raadsleden ingediende stukken genoemd, verspreid over 150 verschillende gemeenten.
 

Over dit onderzoek

Voor dit onderzoek doorzocht Laudius geautomatiseerd alle gemeentelijke raadsstukken die tussen 2016 en 2025 beschikbaar zijn gesteld via Open Raadsinformatie. Dit is een platform waarop gemeenten hun raadsinformatie als open data publiceren. Tussen begin 2016 en eind 2025 ging het in totaal om 5.370.200 raadsstukken, waarvan 992.953 zijn gecategoriseerd binnen het sociaal domein.

Nederland telde op 1 januari 2025 in totaal 342 gemeenten. Daarvan zijn er 285 aangesloten bij Open Raadsinformatie. Van 252 gemeenten waren voldoende gegevens over 2025 beschikbaar om te gebruiken voor het onderzoek. Uiteindelijk zijn 188 gemeenten opgenomen in de ranglijsten. Zij leverden genoeg stukken aan om een betrouwbare vergelijking te kunnen maken.

Zoektermen
We telden alle stukken waarin het woord 'ervaringsdeskundig' voorkomt, inclusief afgeleide woorden zoals 'ervaringsdeskundige' en 'ervaringsdeskundigheid'. Ook zochten we op termen als 'ervaringswerker', 'ervaringsexpert' en 'ervaringsprofessional', inclusief schrijfwijzen met een spatie.

De term 'ervaringskennis' hebben we bewust niet meegenomen. Die verwijst naar kennis en niet specifiek naar de inzet van een persoon met ervaringsdeskundigheid.

Telmethode
Om te bepalen hoe vaak ervaringsdeskundigheid binnen verschillende sociale onderwerpen ter sprake komt, berekenden we de zogenoemde adoptiegraad. Dit is het percentage stukken over een bepaald onderwerp waarin ook ervaringsdeskundigheid wordt genoemd.

We berekenden dit percentage door het aantal stukken waarin beide onderwerpen voorkomen te delen door het totale aantal stukken over dat sociale onderwerp.

Daarbij stelden we een extra voorwaarde: binnen 300 tekens vóór of na de vermelding van ervaringsdeskundigheid moest ook een zoekterm van het sociale onderwerp staan. Zo voorkomen we dat twee onderwerpen die toevallig ergens in hetzelfde lange document staan, onterecht aan elkaar worden gekoppeld.

Voor de datering gebruikten we de datum waarop een stuk voor het laatst werd besproken.

De volledige zoektermenlijsten voor alle elf onderzochte onderwerpen zijn terug te vinden in het termenbestand. Daarmee zijn de resultaten op basis van dezelfde bron na te rekenen.

Dubbele documenten
Hetzelfde document wordt regelmatig tijdens meerdere raadsvergaderingen behandeld. Daardoor kan het meerdere keren voorkomen in Open Raadsinformatie. In dit onderzoek hebben we deze dubbele registraties niet verwijderd. Ze tellen zowel mee bij het totale aantal stukken als bij het aantal stukken waarin ervaringsdeskundigheid wordt genoemd.

Een uitzondering vormen de stukken die raadsleden zelf indienen, zoals moties en raadsvragen. Die hebben we wel ontdubbeld: stukken met dezelfde naam binnen dezelfde gemeente en hetzelfde jaar tellen één keer mee. Zonder die stap zou het aantal in 2025 op 123 uitkomen in plaats van 102. In 2016 maakt het geen verschil.

We hebben onderzocht wat er zou gebeuren als we dubbele documenten wel zouden verwijderen. Van de stukken waarin ervaringsdeskundigheid wordt genoemd, was in 2016 74% uniek. In 2025 was dat 82%. Bij een steekproef van alle raadsstukken lagen deze percentages op 68% en 76%.

Het verwijderen van dubbele documenten heeft daardoor ongeveer evenveel invloed op beide aantallen. De adoptiegraad zou in beide jaren ongeveer 9% hoger uitvallen, maar de verdubbeling tussen 2016 en 2025 blijft overeind.

We hebben ervoor gekozen de documenten niet te ontdubbelen. Daar zijn twee redenen voor:

  • De resultaten blijven controleerbaar. Zonder ontdubbeling zijn de aantallen rechtstreeks uit de bron na te rekenen. Bij ontdubbeling hangt de uitkomst af van de manier waarop documentnamen worden verwerkt.
  • Ontdubbelen op documentnaam is niet altijd betrouwbaar. Verschillende documenten kunnen dezelfde naam hebben, zoals 'Schriftelijke vragen'. Andersom kan hetzelfde document onder meerdere namen voorkomen.


Gemeenten en dekking
Bij de gemeentelijke indeling hebben we rekening gehouden met veranderingen door de jaren heen. Zo tellen de Amsterdamse stadsdelen mee bij Amsterdam en zijn stukken van opgeheven gemeenten toegerekend aan hun rechtsopvolger.

Niet iedere gemeente levert evenveel documenten aan via Open Raadsinformatie. Ook verschilt de manier waarop gemeenten hun stukken registreren. Daarom moeten de gemeentelijke ranglijsten met enige voorzichtigheid worden bekeken.

Om gemeenten zo eerlijk mogelijk te vergelijken, hebben we ze ingedeeld op basis van hun CBS-grootteklasse. Per klasse geldt een minimumaantal stukken over sociale onderwerpen:

  • Kleinste twee grootteklassen: minimaal 250 stukken
  • 50.000 tot 100.000 inwoners: minimaal 400 stukken
  • 100.000 inwoners of meer: minimaal 500 stukken

Zo voorkomen we dat een gemeente met bijvoorbeeld maar 40 stukken over sociale onderwerpen bovenaan de ranglijst eindigt door slechts twee vermeldingen van ervaringsdeskundigheid.

Wat meten we wel en niet?
Dit onderzoek laat zien hoe vaak ervaringsdeskundigheid ter sprake komt in gemeentelijke raadsstukken. Het zegt niet hoeveel ervaringsdeskundigen er daadwerkelijk werkzaam zijn in Nederland of hoe vaak zij bij gemeentelijke besluiten worden betrokken.

Bovendien betekent een vermelding niet automatisch dat er ook een ervaringsdeskundige is ingezet. In een document kan bijvoorbeeld juist staan dat er géén ervaringsdeskundige betrokken was.

Tot slot zijn de gevonden aantallen waarschijnlijk eerder een onderschatting dan een overschatting. Niet alle gescande documenten zijn namelijk digitaal doorzoekbaar, waardoor sommige vermeldingen buiten beeld kunnen blijven.