Ruim onder de ambitie voor 2040: slechts één op de twee Nederlanders haalt beweegrichtlijn

Wandelen, hockeyen, voetballen of fietsen: bewegen is niet alleen leuk, maar ook goed voor je gezondheid. Volgens de beweegrichtlijn is het belangrijk om minstens 150 minuten per week matig intensief actief te zijn. Het advies: verspreid dit over meerdere dagen én doe minimaal twee keer per week spier- en botversterkende activiteiten.

Maar voldoen Nederlanders eigenlijk wel aan deze norm? En hoe verhouden de cijfers zich tot de landelijke ambitie voor 2040? Met de start van het nieuwe jaar en de vele Nederlanders die bruisen van de goede voornemens, dook Laudius in de vierjaarlijkse Gezondheidsmonitor om dat uit te zoeken.

Lees verder

Naleving beweegrichtlijn onder Nederlanders schommelt rond de helft

Wat blijkt? In de monitor van 2024 voldeed 48,9% van de volwassen Nederlanders aan de beweegrichtlijn. Dat is het laagste percentage in jaren: vier jaar eerder lag dit nog op 50,4%. Uit de meest recente Gezondheidsmonitors (onder volwassenen en ouderen) van GGD’en, RIVM en CBS komt het volgende beeld naar voren:
 

De percentages schommelen licht door de jaren heen en zijn gebaseerd op enquêtegegevens, waardoor een foutmarge onvermijdelijk is. De kern blijft echter hetzelfde: slechts de helft van de Nederlanders beweegt voldoende. Dat is opvallend, aangezien de Rijksoverheid en maatschappelijke partners de afgelopen jaren fors hebben ingezet op campagnes en bewustwording rond een gezonde leefstijl.

Denk hierbij aan campagnes zoals “Elk halfuur even bewegen. Zet ook de stap!”, “Fit op jouw manier” en “De Nationale Beweegminuut”. Maar ook aan diverse preventiebudgetten binnen zorgverzekeringen, zoals fitbundels en andere initiatieven van verzekeraars en andere partners.

Mark van Hegelsom, Marketing Manager bij Laudius: “Tijdens de coronaperiode waren er duidelijk meer cursisten bij cursussen over gezondheid, voeding, sport en leefstijl. Deze toename in interesse was terug te zien in de cijfers. Na corona is dit niveau stabiel gebleven: sindsdien is er geen duidelijke groei of daling meer zichtbaar. Dit laat zien dat de extra aandacht voor leefstijl in die periode niet heeft geleid tot blijvende veranderingen in het beweeggedrag.”

De ambitie is dat in 2040 75% van de Nederlanders voldoende beweegt. Om dit te realiseren zijn gerichte inspanningen nodig, met name in regio’s en onder bevolkingsgroepen waar de grootste terugval wordt gezien.
 

 

Groningen en Limburg blijven achter

Tussen de Nederlandse provincies loopt het percentage inwoners dat aan de beweegrichtlijn voldoet flink uiteen. Noord-Holland en Overijssel behoorden in 2024 tot de koplopers: de percentages waren hier respectievelijk 51,8% en 51%.

In Groningen (44%) en Limburg (44,1%) voldeden daarentegen de minste inwoners aan de norm: vooral hier moet bij worden geschakeld om deze achterstand in te halen, en zo in de volgende Gezondheidsmonitor van 2028 beter te scoren.

Alleen in Flevoland verbeterd sinds 2016

In maar liefst elf van de twaalf provincies is het aandeel inwoners dat in 2024 aan de beweegrichtlijn voldoet gedaald ten opzichte van 2016.

De grootste terugval vond plaats in Noord-Brabant (-8,7%): waar in 2016 nog 50,2% van de inwoners aan de richtlijn voldeed, was dat in 2024 gedaald naar slechts 45,8%. Ook in Zeeland was de daling aanzienlijk (-8,6%). Alleen de provincie Flevoland liet (+0,8%) een lichte verbetering zien. 

Landgraaf laagst scorende gemeente

Wanneer we inzoomen op de Nederlandse gemeenten, worden de verschillen nóg duidelijker. In sommige gemeenten haalt slechts een derde van de inwoners de beweegrichtlijn, terwijl dit elders oploopt tot twee derde.

De Limburgse gemeente Landgraaf was in 2024 de hekkensluiter: hier voldeed slechts 33,9% van de inwoners aan de richtlijn. Ook in Simpelveld en Zwijndrecht (beide 35,4%) ligt het aandeel relatief laag. In deze gemeenten betekent dit dat ongeveer twee op de drie inwoners onvoldoende bewegen: hoog tijd om die trend te keren. Deze tien gemeenten scoren het laagst van heel Nederland:
 

  1. Landgraaf (Limburg) - 33,9% voldoet aan de beweegrichtlijn
  2. Zwijndrecht (Zuid-Holland) - 35,4% voldoet aan de beweegrichtlijn
  3. Simpelveld (Limburg) - 35,4% voldoet aan de beweegrichtlijn
  4. Nissewaard (Zuid-Holland) - 36,1% voldoet aan de beweegrichtlijn
  5. Pekela (Groningen) - 36,3% voldoet aan de beweegrichtlijn
  6. Heerlen (Limburg) - 36,4% voldoet aan de beweegrichtlijn
  7. Kerkrade (Limburg) - 36,5% voldoet aan de beweegrichtlijn
  8. Maasdriel (Gelderland) - 36,9% voldoet aan de beweegrichtlijn
  9. Brunssum (Limburg) - 37,2% voldoet aan de beweegrichtlijn
  10. Loon op Zand (Noord-Brabant) - 37,4% voldoet aan de beweegrichtlijn
     


Er zijn ook sterke uitschieters naar boven. De koploper is de combinatiegemeente Friese Waddeneilanden (Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog), waar in 2024 maar liefst 67,2% van de inwoners aan de beweegrichtlijn voldeed.

Ook Wageningen (66,1%), Bergen (61,8%) en Leiden (60,3%) laten zien dat een meerderheid van de inwoners wél voldoende beweegt. Ter vergelijking: deze scores liggen ongeveer twee keer zo hoog als die van Landgraaf. Dit zijn de 10 gemeenten waar de meeste inwoners aan de norm voldoen:
 

  1. Friese Waddeneilanden (Friesland) - 67,2% voldoet aan de beweegrichtlijn
  2. Wageningen (Gelderland) - 66,1% voldoet aan de beweegrichtlijn
  3. Bergen (Noord-Holland) - 61,8% voldoet aan de beweegrichtlijn
  4. Leiden (Zuid-Holland) - 60,3% voldoet aan de beweegrichtlijn
  5. Groningen (Groningen) - 59,5% voldoet aan de beweegrichtlijn
  6. Bloemendaal (Noord-Holland) - 59,2% voldoet aan de beweegrichtlijn
  7. Castricum (Noord-Holland) - 59,1% voldoet aan de beweegrichtlijn
  8. Heemstede (Noord-Holland) - 58,6% voldoet aan de beweegrichtlijn
  9. Utrecht (Utrecht) - 58,5% voldoet aan de beweegrichtlijn
  10. Amsterdam (Noord-Holland) - 58,4% voldoet aan de beweegrichtlijn
     

Grootste positieve ontwikkeling in Voerendaal

Sinds 2016 is er op gemeentelijk niveau veel veranderd: sommige gemeenten maakten flinke vooruitgang, terwijl andere juist duidelijk terrein verloren.

De grootste positieve ontwikkeling was te zien in Voerendaal, waar het aandeel volwassenen dat voldoende beweegt steeg van 36,2% naar 45,6% (+26%). Ook Losser (+13,3%) en Urk (+13,2%) lieten aanzienlijke verbeteringen zien.

Daar staat tegenover dat er gemeenten zijn waar juist steeds minder inwoners aan de norm voldoen. In Loon op Zand daalde het aandeel van 48,8% naar 37,4% (-23,4%). Ook Steenbergen (-20,5%) en Lansingerland (-20%) kenden een sterke terugval.

Mannen voldoen vaker aan de norm dan vrouwen

Niet alleen op lokaal niveau zijn er verschillen, maar ook tussen diverse groepen. Waar in 2016 het aandeel mannen en vrouwen dat aan de beweegrichtlijn voldeed nog vrijwel gelijk lag, is dat beeld in 2024 duidelijk veranderd.

Het aandeel mannen daalde van 52% naar 51%, een daling van 1,9%. Bij vrouwen is de daling forser: hun aandeel nam af van 51,4% naar 46,9%, een terugval van ruim 8,8%. 

65-plussers actiever dan 8 jaar geleden

Ook per leeftijdsgroep zijn de verschillen tussen 2016 en 2024 opvallend. Waar volwassenen tot 65 jaar in de afgelopen 8 jaar juist minder zijn gaan bewegen, laten 65-plussers een positieve trend zien.

Zo voldeed in 2016 56% van de 19- tot 65-jarigen aan de beweegnorm. In 2024 is dat gedaald naar 51,5%: een afname van bijna -8%. Daarmee beweegt inmiddels bijna de helft van de werkende leeftijdsgroep onvoldoende.

Bij de 65-plussers zien we het tegenovergestelde beeld. In 2016 haalde 36,9% van de ouderen de richtlijn; in 2024 is dit gestegen naar 41,3%: een toename van 11,9%. 

Onderzoeksmethode

Deze analyse is gebaseerd op de uitkomsten van de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016, 2020 en 2024 van GGD’en, RIVM en CBS. De Gezondheidsmonitor vindt sinds 2016 elke 4 jaar plaats met vergelijkbare methodologie. De gegevens van voor 2016 zijn niet gebruikt, omdat deze vanwege methodologische verschillen niet geschikt zijn voor een betrouwbare lokale vergelijking.

Deze analyse richt zich op één indicator: voldoen aan de Beweegrichtlijn (minstens 150 minuten per week matig intensief bewegen én minimaal twee keer per week spier- en botversterkende activiteiten). De gepubliceerde percentages en bijbehorende 95%-betrouwbaarheidsintervallen zijn per meetjaar vergeleken om trends in de tijd te duiden.

Omdat de cijfers zijn gebaseerd op vragenlijstonderzoek en weging, gaat het om schattingen en geen exacte waarden. Bij de interpretatie is rekening gehouden met verschillen in doelgroep (2016: 19+, 2020 en 2024: 18+), gemeentelijke herindelingen en bekende dataknelpunten, zoals ontbrekende of onvolledige gegevens voor specifieke gemeenten of GGD-regio’s.

Wanneer gegevens ontbraken, is het meest recente beschikbare cijfer gebruikt. Hierdoor kunnen kleine verschillen tussen jaren deels methodisch van aard zijn.